Nenets zitten niet te wachten op een gelamineerde stamboom in hun Chum.

Ingezonden brief aan NRC-Opinie dd. 25 augustus 2017
Met kromme tenen las ik het reisverhaal ‘Nomaden interviewen bij min 25 graden’ over het bezoek van MyHeritage-vrijwilligster Thamar Pinhas aan de Nenets door Sjoerd Wielenga in de NRC van 17 augustus 2017. Alweer wordt er koloniaal gesproken over ‘stammen’ in plaats van ‘inheemse volken’. Ook betreft het hier de ‘Nenets’ en niet de ‘Nenetsen’. Is het in Nederland zo moeilijk om de richtlijnen van de Verenigde Naties (VN-declaratie over de rechten van inheemse volken – UNDRIP, welke ook door Nederland is geratificeerd) hierin te volgen? Wij spreken, als we het over Friesen of Hollanders hebben, toch ook niet van stammen?

Zorgwekkend is de nonchalance waarmee de uitbreiding van de database van stambomen van het bedrijf MyHeritage besproken wordt. MyHeritage verzamelt namelijk ook DNA-materiaal en daarmee dus ook genetisch materiaal, test daarmee de genealogie, etniciteit, etc. Cruciaal is daarom de vraag of MyHeritage tijdens hun bezoek aan de Nenets en andere inheemse volken ook DNA heeft afgenomen. Want het gaat vandaag de dag zo gemakkelijk en klink onschuldig: even een paar wattenstaafjes uitdelen en het is zo gepiept. Organisaties van inheemse volken zijn daar zeer kritisch over, zoals ook de documentaire ‘Gene Hunters’ uit 1995 al laat zien.
Ook vraag ik me af of MyHeritage de internationale richtlijnen, welke voor het uitvoeren van wetenschappelijk onderzoek afgesproken zijn, gevolgd heeft. Het verrichten van wetenschappelijk is in de Russische Federatie zeer moeizaam.
De Nenets, vooral de semi-nomadische rendierhouders, hebben wel grotere prioriteiten dan een gelamineerde stamboom in hun Chum. Behalve dat zij, net als andere inheemse Arctische volken, door de versnelde klimaatverandering in hun voortbestaan bedreigd worden, kan men zich in de Russische Federatie niet zonder risico uiten. Verschillende inheemse woordvoerders werden aangaande activiteiten in internationaal verband de mond gesnoerd en waren genoodzaakt zich – al dan niet met familie – in het buitenland te vestigen. Het lijkt mij daarom in verslaggeving veel belangrijker om bij dergelijke praktijken de juiste journalistieke vragen te stellen, in plaats van een ethno-exotistisch plaatje te schetsen.
Govert de Groot
Arctic Peoples Alert

NRC, Sjoerd Wielenga, 17 augustus 2017:
www.nrc.nl

Nomaden interviewen bij min 25 graden
Thamar Pinhas (27) werkt voor een bedrijf dat wereldwijd familiegeschiedenissen vastlegt. Onlangs werd ze drie weken naar Siberië gestuurd.
Sneeuw, sneeuw en nog eens sneeuw. Voor haar, achter haar en opzij. Waar Thamar Pinhas (27) ook kijkt, ze ziet alleen een grote, witte, kale vlakte. Na een rit van zo’n tien uur stuiteren in een Trekol – een terreinwagen die door een dik pak sneeuw kan rijden – komt ze samen met haar collega’s aan in het witte landschap. Een tam rendier met een strikje om – een huisdier – verwelkomt het bezoek. Ze voelt zich als een klein kind in een magische wereld.
Pinhas is beland in de uitgestrekte toendra van Siberië, in het Aziatische deel van Rusland. Ze nam dit voorjaar deel aan een bijzonder project van haar werkgever: een drieweekse expeditie die als doel had de familiegeschiedenis vast te leggen van de Nenetsen, een oude stam met zo’n 45.000 nomaden. De stam, die leeft en werkt met rendierkuddes, wordt in zijn manier van leven bedreigd door de oprukkende olie- en gasindustrie in het gebied.
De Nederlandse Pinhas werkt sinds 2014 in Tel Aviv bij het Israëlische MyHeritage, een online platform voor stambomen, familiegeschiedenis en DNA-tests. Het platform heeft naar eigen zeggen 91 miljoen gebruikers wereldwijd, onder wie ongeveer een miljoen Nederlanders. Zij kunnen zich gratis inschrijven, maar wie volledig gebruik wil maken van de mogelijkheden moet een betaalabonnement afsluiten.data19220103-0f7361

Veldwerk
Medewerkers van MyHeritage reisden eerder naar Namibië en Papoea-Nieuw-Guinea, waar andere inheemse stammen met uitsterven worden bedreigd. Want, is de gedachte van het bedrijf, elk mens – met en zonder internetverbinding – heeft er recht op dat z’n familiestamboom digitaal wordt bewaard voor het nageslacht.
Van de veertig collega’s die zich opgaven voor de reis naar Siberië, koos het management er zes uit, onder wie Pinhas. Ze twijfelde geen moment om te solliciteren toen ze hoorde wat de bestemming was, vertelt ze. „Het was een once-in-a-lifetime-experience.” Normaal beantwoordt ze voor haar werk per e-mail technische en genealogische vragen van Engels- en Nederlandstalige klanten, nu kreeg ze de kans om veldwerk te doen.
Hoeveel zin Pinhas ook had in de expeditie, toch was ze vooraf zenuwachtig. „Ik ben geen kampeerder en heb een hekel aan kou. Het was daar min 25 graden en bovendien zouden we bij de lokale bevolking in tenten leven, zonder douche en wc. Daar zag ik erg tegenop.
Op 22 maart begon de expeditie. In de tenten van de Nenetsen, ‘tsjoems’, interviewde Pinhas met twee collega’s en met behulp van een tolk de bevolking. Ze wilden achterhalen hoe de Nenetsen leven, wat hun tradities zijn en welke familieverhalen er mondeling zijn overgeleverd. Ook wilde het team een stamboom maken en inventariseerde daarom namen, geboorte- en sterfdata. Alle informatie werd ter plekke met behulp van speciale software ingevoerd en na de expeditie in een online stamboom vastgelegd.
De families moeten goed met elkaar samenwerken om te kunnen overleven in de sneeuw, zag Pinhas. „We spraken een zeventigjarige vrouw die elke dag dertig kilometer loopt om de rendierkuddes te verzorgen. We waren er stil van.” De Nenetsen zijn in alles afhankelijk van hun rendieren. Ze eten niet alleen rendiervlees, maar maken van de huiden tentdoeken, matrassen, kleding en speelgoed. De geweien verkopen ze. „En tijdens een rituele slachting drinken ze zelfs het bloed.”

Satelliettelefoon
Het was werken in soms barre omstandigheden. Even naar de wc gaan bleek inderdaad een uitdaging. Voordat ze uit een door een oven verwarmde chum de vrieskou instapte, moest Pinhas eerst al haar beschermende kleding aantrekken. „De traditie staat niet toe dat vrouwen zichtbaar zijn tijdens hun sanitaire activiteit. Dus ik liep eerst vijf minuten zodat ik me achter een heuveltje kon verstoppen.”
Halverwege de expeditie sliep het team twee nachten in een hotel in de stad en was er eindelijk gelegenheid om te bellen met het thuisfront. „In de toendra was een satelliettelefoon beschikbaar. We mochten daarmee een geliefde bellen, maar toen mijn vriend belde was er steeds geen gehoor. Dat was het enige moment dat ik er even doorheen zat.”data19220124-1fabf0
Na drie weken arbeid kon het team dertien stambomen bouwen, waarin meer dan drieduizend mensen zijn opgenomen. De vroegste achterhaalde gebeurtenis is een geboorte uit 1880, en met foto’s en video’s is het dagelijks leven en de familiebanden van het volk vastgelegd. In de bewoonde wereld hebben de Nenetsen nu dus toegang tot hun online stamboom. „Maar”, zegt Pinhas, „we willen alles ook printen en lamineren zodat ze het kunnen ophangen in de chum.”
Is ze haar werk ná de expeditie leuker gaan vinden? „Ik ben het vooral belangrijker gaan vinden. Doordat ik nu niet alleen per e-mail, maar écht contact heb gehad met mensen over hun familieverleden, begrijp ik hoe emotioneel betrokken mensen daarbij zijn.
Na de reis ging ze zelf ook bij familie langs, vertelt Pinhas, en op haar LinkedIn-profiel staat inmiddels dat ze carrièremogelijkheden in Nederland zoekt. „Wie weet verhuis ik binnenkort terug zodat mijn vriend en ik mijn familie vaker kunnen zien.”
Foto’s: MyHeritage
blog.myheritage.com

Groenlandse verkiezingen

Smeltend Groenland nog aan Deens infuus
Trouw, 24 april 2018; Anne Grietje Franssen

Onder het smeltende ijs van Groenland liggen waardevolle grondstoffen. Die hoopt het land zelfstandig te ontginnen. Onafhankelijkheid is dan ook een groot thema bij de verkiezingen vandaag (24 april 2018).
Het vuur brandt in ons allemaal, sprak de Groenlandse premier Kim Kielsen vorige week, en dat vuur zal blijven branden. “Het verlangen naar onafhankelijkheid overstijgt de partijpolitiek, maar we moeten er wel klaar voor zijn.”

De vraag is: is Groenland dat wel?
Vandaag gaat de Groenlandse bevolking naar de stembus. Ze hebben dan misschien keus uit zeven verschillende partijen – de verkiezingsprogramma’s verschillen niet gek veel van elkaar. Bij zes van de zeven partijen ligt het zwaartepunt bij hetzelfde agendapunt: onafhankelijkheid van Denemarken.

Het zijn de twee huidige regeringspartijen – de sociaaldemocratische Siumut, tevens de partij van de premier, en de linksgeoriënteerde Inuit Atagatigiit (IA) – die ook nu voorop lopen in de peilingen. Ze hebben wat verschillende ideeën over sociale vraagstukken, over de herverdeling van visquota. Maar beide partijen zijn het over één ding eens: de toekomst van Groenland is een onafhankelijk Groenland. Alleen over de termijn waarop wordt nog gekibbeld.

Smeltend rijk
Een decennium geleden, toen de Groenlanders in een referendum voor meer autonomie kozen, zag het er veelbelovend uit. De opwarming van de aarde is nergens zo merkbaar als in Groenland, de temperatuur stijgt er twee keer sneller dan in de rest van de wereld en de ijskappen smelten zichtbaar. Waar klimaatverandering elders voor ellende zorgt, is Groenland er in potentie bij gebaat.

Want heilbotvissers hebben plots een welkome bijvangst van makreel en haring, schapenhouders zien kans om te experimenteren met tuinbouw. En bovenal: onder die laag ijs ligt een schat aan grondstoffen. Zink, uranium, ijzer, goud, olie. Op uitnodiging van de Groenlandse regering kwamen buitenlandse investeerders toegestroomd om te graven naar de toegankelijk geworden grondstoffen.
Maar tien jaar verder, liggen zowel mijn- als landbouw zo goed als stil. De visvangst bepaalt nog steeds de hoofdmoot van het bruto nationaal product. Waar is het fout gegaan?
Er zijn verscheidende projecten in gang gezet, vertelt politicoloog Maria Ackrén, verbonden aan de Universiteit van Groenland. “Chinese bedrijven houden hun ogen gericht op een ijzererts- en een zinkmijn, een Australische investeerder concentreert zich op mineralen in Zuid-Groenland.” Maar sinds de laatste paar jaar de grondstofprijzen fors gedaald zijn, zijn ook de mijnbouwprojecten tot een halt gebracht. Ackrén: “Het is wachten op investeerders, tot die tijd kunnen we niet veel.”
Wat betreft de landbouw: in het warmere zuiden van Groenland wordt er geëxperimenteerd met bijvoorbeeld aardappelteelt en kasgroenten. Er wordt gekeken of deze gewassen zich kunnen aanpassen aan het poolklimaat.
Maar volgens Ackrén verkeren ook deze projecten nog in een testfase. “Als de opwarming van de aarde doorzet“, zegt Ackrén, “vergroot dat zeker de kansen voor de cultivatie van het land“.

Toekomstdroom
Maar voorlopig hangt Groenland nog aan het financiële infuus van Denemarken, dat jaarlijks 3,4 miljard Deense kroon (ruim 450 miljoen euro) overmaakt. Het bedrag is goed voor ongeveer de helft van het Groenlandse nationale budget: de baten van de visvangst zijn lang niet toereikend om het land draaiende te houden. Groenland kampt bovendien nog altijd met hoge werkloosheidscijfers, ondermaats onderwijs en een breed spectrum aan sociale problematiek.
Dat roept de vraag op of de onafhankelijkheid van zo’n dunbevolkt (totaal inwonertal: 56.000) en uitgestrekt gebied, met zulke extreme fysisch-geografische omstandigheden, eigenlijk wel realistisch is.
Ackrén denkt niet dat het onmogelijk is, vooral gezien de onafhankelijkheidshonger van het volk, maar ze denkt de tijdspanne van een paar decennia, niet een decennium, realistischer is.
Elke vorm van ontwikkeling is nodig: efficiëntere visserij, mijnbouw, de groei van de private sector (Groenland kent vandaag de dag vooral staatsbedrijven, red.), meer toerisme, de uitbreiding van het infrastructurele netwerk.”
Want ook daar zijn de meeste partijen het over eens: onafhankelijkheid – ja, maar niet ten koste van de welvaart. Zoals de premier vorige week op de Groenlandse televisie sprak: “Eerst willen we onze jonge mensen aan een baan helpen, moeten we het onderwijs verbeteren en zullen we economische groei teweegbrengen.”

Deense subsidies nog niet afgebouwd
Groenland is een voormalig kolonie die sinds 1979 de status van autonoom gebied heeft binnen het Koninkrijk Denemarken. Bij het referendum van 2008 koos de bevolking – à 56.000 man – voor een voortschrijdende mate van zelfbestuur. Een jaar later was het zover: Kopenhagen overhandigde Groenland de zelfbeschikking over zijn natuurlijke grondstoffen. De Deense regering bleef voorlopig zaken als defensie, justitie en politie overzien.

Voor het dunbevolkte land in het Arctische gebied was het een stap richting het einddoel. Als we nu onze eigen minerale reserves kunnen ontginnen, was tien jaar geleden het idee, hebben we onze oud-kolonisator weldra niet meer nodig. De Deense subsidies, werd na het referendum besloten, zouden evenredig met de groei van de mijnindustrie kunnen worden afgebouwd. Maar met dat afbouwen is nog geen begin gemaakt.

581
Verkiezingsposters in Nuuk, de hoofdstad van Groenland. Alle partijen zijn voor onafhankelijkheid van Denemarken. © AFP

Arctic Peoples Alert:
Natuurlijk is Groenland er klaar voor om onafhankelijk van de staat Denemarken te zijn. Denemarken zegt sinds de landing van de verbannen Erik de Rode in 982 eigenaar te zijn van Groenland. In de discussie vergeten de Denen dat zij sinds 982 ook behoorlijk aan Groenland verdienen.

Book Review: Too Many People by Willem Rasing

mainlogo  JIM BELL August 09, 2017

Thirty-year study looks at the breakdown of Inuit customary rules and the rise of criminality and disorder
Willem Rasing’s Too Many People, published this past spring by Nunavut Arctic College, arrives at a timely moment: a year when the people of Nunavut and Nunavik find themselves suffering once more from the painful consequences of yet another rash of anti-social behaviour and lethal violence.

Since the beginning of May, Nunavut has suffered the death by homicide of an 11-year-old boy in Rankin Inlet, the death by homicide of a 51-year woman near Pond Inlet, the police shooting of a 39-year-old Hall Beach man who said on Facebook he wished to die via “suicide by cop,” and the stabbing death of a 30-year-old man in Gjoa Haven.
That’s from a period of only three months. It doesn’t include all the lesser mayhem: multiple property crimes, aggravated assaults, arsons, standoffs and weekly firearm scares.TooManyPeople-e1457704851200
There’s also the recent explosion of violence in neighbouring Nunavik, where this past June, a knife-wielding Akulivik youth was shot to death by police after he killed three people and wounded two others, and where in July, a 14-year-old girl in Inukjuak was beaten to death, producing nation-wide media headlines.
Where does all this disorder come from? Why does it emerge from a culture in which traits like modesty, non-interference and the willingness to share were essential tools for preserving harmony and ensuring group survival?
Rasing, an anthropologist based at Radboud University in the Netherlands, uses this book, which flows from 30 years of research, to answer those difficult questions. Though his work is confined to Igloolik, Rasing’s observations are likely applicable to numerous other eastern Arctic communities in which culture shock, colonialism and modernization have inflicted similar damage.
He describes how the customary methods of social control that helped the Iglulingmiut survive in small camps for generations, more or less harmoniously, began to disintegrate after the middle of the 1950s, when the Inuit who lived in camps stretching from Fury and Hecla Strait to the Melville Peninsula coast were concentrated into the artificial government-created communities of Igloolik and Hall Beach.
There, the old forms of maintaining social control began to collapse under the enormous weight of new rules and new laws brought by a colonizing federal government, especially after the mid-1980s, when the crime rate began to soar. Traditional camp leaders lost their prestige and a culture gap emerged between those raised in camps and those who went to government schools. Children stopped listening to their parents.
One of the worst developments was the emergence of large numbers of young people, especially young males, pursuing an aimless “thrill-seeking” lifestyle.
He attributes this to a “sequence of interrelated changes,” which include changes in the importance of hunting, religious divisions between Anglicans and Catholics, the trauma suffered by Catholic Iglulingmiut at the Chesterfield Inlet residential school, and the effect of “too many people” jammed together too quickly into one community.
Rasing also delves without fear into well-known examples of cultural conflict between Iglulingmiut and British-Canadian law that more politically sensitive observers might be too timid to confront.
That includes incomprehensible restrictions on hunting, such as the much-derided Migratory Birds Act, along with restrictions on hunting walrus and polar bear that all Igloolik hunters considered to be wrong “because they contravened their moral obligation to hunt.
But it was the application of Criminal Code laws intended to regulate marriage and sexual behavior that produced some of the most bitter controversies of the 1980s, when the crime rate in Igloolik and the rest of the eastern Arctic began to rise.
The strongest disagreement with the law involved specific sex laws, notably those that prohibit sexual intercourse with underage females. Iglulingmiut of both sexes and of all ages rejected these regulations,” Rasing said.
He cites the famous case of the three young men who pleaded guilty in 1984 to having sex with a 13-year-old girl—and did not know that what they did was against the law. When a territorial court judge took that into account when imposing a sentence of one week in jail followed by nine months of probation, a moral panic ensued, fueled by lurid stories in News North, the Edmonton Journal and the Ottawa Citizen.
He also cites the case of a mother whose 13-year-old daughter had sexual intercourse with two males, aged 16 and 21, both of whom were charged under the Criminal Code after social workers were informed. The mother got angry with the police.
She considered the girl old enough to decide for herself; when she was her daughter’s age, she had done the same. Then she left, slamming the door,” Rasing said.
Adding to the confusion, some types of behavior that seriously transgress important Iglulingmiut norms are not usually illegal under Canadian law, such as refusing to share food, lying, bragging or overly assertive behavior, Rasing said.
The differences between Iglulingmiut culture and Canadian laws have hampered the proper administration of criminal justice,” Rasing said.
He found that one consequence of modernization is an absence of community-wide values and norms: revealed by many different approaches to childrearing, attitudes to material possessions, the preferred language spoken at home, and the value of country food. All that diversity means there are few role models, if any. “There is no uniform, unequivocal standard for acquiring or measuring prestige,” he said.
Another phenomenon is “hidden crime,” such as widespread cannabis use by up to 75 per cent of the population. While that’s been illegal under the Criminal Code for years, many Iglulingmiut believe that using cannabis is harmless, especially compared with alcohol.
With so many people involved, very few are willing to inform the police about trafficking or possession, as my operational police files analysis confirmed,” Rasing said.
Other “hidden crime” includes domestic violence, some of which is related to residential school trauma, and worst of all, the long-hidden sex crimes committed by the former Oblate priest, Eric Dejaeger on the Roman Catholic side of the community.
At the same time, Rasing praises the resilience of Iglulingmiut, noting that although there are few full-time hunters, nearly everyone, including those who rarely go out on the land, identify with the hunting culture. He also acknowledges a long list of community-based Igloolik institutions created to strengthen and celebrate Inuit culture: the Isuma film company, Artcirq, the Igloolik Oral History Project, the Return of the Sun Festival, and the Rockin’ Walrus music festival.
To do his research, between 1986 and 2014 Rasing conducted extensive interviews with Igloolik Inuit, including elders like Noah Piugattuq, Rosie Iqallijuq, Francois Quassa and many others.
I visited households; played cards; joined weekly basketball games, teen dances and square dances; frequented the local coffee shop; attended services at the Pentecostal, Anglican and Catholic churches; participated in hunting and fishing trips; and tried to grasp Inuktitut, the Inuit language, as best I could,” Rasing wrote.
He consulted diaries, books, police reports, transcripts from proceedings at the Nunavut Court of Justice and historical documents, including the journals of William Parry and G.F. Lyon, two British naval commanders whose crews, in 1822, were the first Europeans to make contact with the people who lived in and around Igloolik Island.
Though it’s an academic publication, Too Many People is accessible to any reader with at least a Grade 10 level of English comprehension. He avoids theoretical and ideological jargon and uses an empirical approach in which his conclusions flow, without embellishment, from verifiable facts and data.
Rasing published the first version of this book in 1994, but updated it after visiting Igloolik at various times between 1999 and 2015.

You can order a copy from Amazon or from Fitzhenry and Whiteside Ltd.
And you can find other Nunavut Arctic College publications listed at this web page.

Willem Rasing
Too Many People: Contact, Disorder, Change in an Inuit Society, 1822-2015
Paperback: 568 pages
ISBN-10: 1897568401
ISBN-13: 978-1897568408
$32.95, published by Nunavut Arctic College.

Too Many People: Contact, Disorder, Change in an Inuit Society, 1822–2015 examines the history of contact between the outside world and a group of Inuit, the Iglulingmiut, living in Canada’s Eastern Arctic. The nature of these encounters and their impact is described and analyzed from 1822 to 2015. Seeking to understand how order was brought about and maintained during this period of nearly two centuries, the ongoing historical narrative that evolves displays a pattern of interconnected social, economic, political, cognitive, and volitional changes in Iglulingmiut society.
This volume includes a foreword by George Wenzel, author of Animal Rights, Human Rights: Ecology, Economy, and Ideology in the Canadian Arctic.

Willem Rasing is a social studies and philosophy teacher and an associated researcher with the Department of Religious Studies, Theology, and Philosophy, Radboud University Nijmegen (The Netherlands). He is also a member of the Dutch research group Circumpolar Cultures. Willem’s research for Too Many People has helped establish the Igloolik Oral History Project as the leading archive of Inuit traditional knowledge and oral history.

Alaska 150 jaar

Infomatie bij de Arctica Kalender 2017

Alaska_Purchase_(hi-res).jpgAlaska 150 jaar
De Arctica kalender 2017 gaat over Alaska, de mensen die daar wonen en de tussen hen gecreëerde grenzen. Net als in 2014 heeft fotograaf Jeroen Toirkens van nomadslife.nl hiervoor belangeloos zijn foto’s ter beschikking gesteld.
Aan het einde van de internationale datumgrens, in het uiterste westen van Alaska, middenin de Beringstraat ligt het eilandje Inaliq, de Inupiat naam voor Little Diomede. Aan de overkant van de grens met de Russische Federatie, 4 kilometer verderop ligt het grotere Imaqłiq (Big Diomede).

150 jaar geleden behoorde ook Inaliq tot Rusland. Echter, op 30 maart 1867 kochten de Verenigde Staten van Amerika Alaska voor slechts US$ 7.200.072 (nu ongeveer US$ 120 miljoen), omdat Rusland dacht dat het land weinig waard was. Naar de volken die al in Alaska woonden werd niet gekeken. De formele soevereiniteits­overdracht vond op 18 oktober 1867 plaats, een datum die sindsdien “gevierd” wordt als Alaska Day.
Inupiatfamilies (Inuit – In Nederland nog veel te vaak eskimo’s genoemd) konden vrijelijk reizen, totdat in 1948 de grens werd gesloten en de laatste families van Imaqłiq verplaatst werden naar het Russische vasteland. Het ijsgordijn was een feit. Eerst in 1989, tijdens een Russisch-Amerikaanse expeditie met hondensledes langs de Russische kust, kon het contact met familie worden hersteld. Echter, contact onderhouden blijft moeizaam. In 2017 zullen bewoners van Inaliq proberen Imaqłiq te bezoeken.

Naamsverandering
Na een oproep van de Inuit Circumpolar Council worden, zowel in Canada en Alaska, steeds meer westerse geografische namen vervangen door de oorspronkelijke Inuit-namen. Eerder gebeurde dit al op Groenland, waar de Deense aardrijkskundige namen zijn vervangen, die trouwens eerder de Nederlandse namen hadden vervangen. Zo stemde in Barrow op 4 oktober 2016 een kleine meerderheid, 381 stemmen voor en 375 tegen, voor de wijziging van de naam in Utqiagvik (oot-GHAR-vik). Het is niet duidelijk wat Utqiagvik betekent. Sommigen zeggen een plek waar sneeuw uilen worden gejaagd, anderen een plek waar je aardappelen verzameld, hoewel aardappelen hier niet groeien (waarschijnlijk waren aardappelen daar te koop).

Arctic Peoples Alert maakt naast de kalender vooral gebruik van digitale media: http://www.arctica.nl en Facebook. Wilt u onze elektronische nieuwsbrief Poolkoorts ontvangen, stuurt u dan een email aan: arctica@planet.nl o.v.v. Poolkoorts.

Borealis project
Fotograaf Jeroen Toirkens is samen met journalist Jelle Brandt Corstius een nieuw project gestart. Kijk voor meer informatie op: borealisproject.nl

Arctica 39

apa-2017-nl-new

Heeft u de Arctica kalender 2017 niet ontvangen en wilt u dat wel.
Stuur dan een email aan: arctica@planet.nl met u postadres.
Wilt u Poolkoorts, de nieuwsbrief van Arctic Peoples Alert, ontvangen,
stuur dan een e-mail naar: arctica@planet.nl o.v.v. Poolkoorts
Do you want to receive the Arctica calendar 2017?
Please send an email to arctica@planet.nl with your postal address.