Arctica 38 – kalender 2016

38 Arctica 2016Den Haag, 21 december 2015

Beste Arctica-lezer, 
Dagelijks hebben wij het over Rusland, maar weet u dat de Russische Federatie uit 22 republieken bestaat? Een daarvan is de autonome Republiek Sacha (ook wel Jakoetië) in het noordoosten van Siberië. Naast Jakoeten en Russen wonen er inheemse volken als Evenen, Evenken, Dolganen en Joekagieren.
De Arctica kalender 2016 geeft een beeld van de Joekagieren, een van de bedreigde Arctische inheemse volken. Dr. Cecilia Odé van de Universiteit van Amsterdam doet onderzoek naar verdwijnende talen als het Joekagier en is zo vriendelijk geweest de foto’s voor deze kalender beschikbaar te stellen.
Met uw financiële hulp kan Arctic Peoples Alert doorgaan met het onder de aandacht brengen van de Arctische inheemse volken zoals de Joekagieren. Een bijdrage kunt u overmaken op bankrekeningnummer NL91 INGB 0000 040092 (BIC: INGBNL2A) t.n.v. Arctic Peoples Alert.

Arctic Peoples Alert maakt naast de kalender vooral gebruik van digitale media: www.arctica.nl en Facebook. Ontvangt u nog niet (on)regelmatig onze elektronische nieuwsbrief, stuurt u dan een mail naar: arctica@planet.nl o.v.v. Poolkoorts

Zie ook: Stemmen uit de Toendra – De laatste der Joekagieren

The Hague, 21 December 2015

Dear Arctic reader,
Every day we are talking about Russia, but do you know that the Russian Federation consists of 22 republics? One is the Autonomous Republic Sacha (Yakutia) in northeastern Siberia. Besides Yakut’s and Russians there living indigenous peoples as Evens, Evenki, Dolgany and Yukaghir’s.
The Arctic Calendar 2016 gives an idea of the Yukaghir’s, one of the endangered Arctic indigenous peoples. Dr.Cecilia Odé of the University of Amsterdam researches vanishing languages like Yukaghir and has been kind enough to make the images available for this calendar.
With your financial help to Arctic Peoples Alert continue to raise awareness of the Arctic indigenous peoples such as the Yukaghir’s. A contribution can be transferred to bank account NL91 INGB 0000 040 092 (BIC: INGBNL2A) attn. Arctic Peoples Alert.
Arctic Peoples Alert is next to the calendar mainly use digital media: http://www.arctica.nl and Facebook.

1993 Joekagieren

November 1993, Amsterdam.
Svetlana Sokolova Indigo 1993 03Svetlana Sakolova: “Ik ken Irina Klimentova al lang. We hebben samen bij de televisie gewerkt. Maar op een dag zegde ze plotseling haar baan op en vertrok naar de nederzetting Severny, die in het Ust’-Janskt district ligt. Ze had het idee in dat dorp een ‘barmhartigheidshuis’ te openen voor de oude mensen van de toendra. Irina is zelf Joekagierse en is in dat gebied geboren. Bijna twintig jaar woonde ze in Jakoetsk en elke keer als ze in de vakantie haar vaderland bezocht, werd ze getroffen door de uitzichtloosheid van het bestaan van haar  landgenoten. De huizen in hun stamnederzetting Ust’-Jansk (Oest-Janski) waren elk jaar bouwvalliger, velen hadden geen eigen woonruimte in het dorp en waren gedwongen het jaar rond te leven op de toendra. Er is zoveel pijn en bitterheid in haar ogen als zij hierover vertelt. En ook ikzelf ken het leven van de noorderlingen maar al te goed. Je hoeft alleen maar een begraafplaats te bezoeken of de woorden ‘het overlevingsprobleem van de noordelijke volken’ krijgen zo’n reële betekenis dat je het wel van de daken wilt schreeuwen: ‘Redt ze!’ – er sterven immers hele volken uit. Op de begraafplaatsen van de Joekagieren, Eveny en Evenki zult u niet de resten van oude mensen vinden. Allen die je aankijken vanaf de foto’s op de gedenktekens bij de graven zijn voor hun dertigste overleden. En velen van hen hebben daar zelf voor gekozen. Door de hopeloosheid van het leven raken heel jonge jongens aan de drank. Voor een rendierfokker of een jager is het moeilijk een gezin te stichten. Niet ieder meisje wil zijn eenzame bestaan in de taiga of de toendra delen. Zo komen er dus in de dorpen steeds meer ‘verweesde’ ouderen. Er is niemand om hun leven te verlichten, niemand om ze eten te geven in deze moeilijke tijd. Velen van hen moesten in bejaardenhuizen in de steden gaan wonen. Maar daar hebben ze niemand om mee te praten; ze hebben veel heimwee naar hun eigen streken, naar de toendra. En als ze dus horen over Irina’s  ‘barmhartig-heidshuis’ in de nederzetting Severny aan de rivier Jana, willen ze daarheen. Ze komen daar vies, vol met luizen, zelfs zonder verschoning aan. En ze zeggen openhartig dat ze daar naar toe gekomen zijn om te sterven. Er is niemand anders dan Irina om hun oude dag te verwarmen met een vriendelijk woord in hun eigen taal, hen de ogen te sluiten en hen te begeleiden op hun laatste reis.

Maar wat wacht diegenen die nu over de toendra trekken?
Onlangs werd in Jakoetië een wet uitgevaardigd over de stam-gemeenschap. Joekagieren, Eveny en Evenki kunnen nu beschikken over hun eigen grond en de daarin aanwezige bodemschatten. Maar slechts 18% van het hele territorium van rendierweiden behoort nu aan hen toe. Het grootste deel wordt beheerd door mijnbouwbedrijven. Zij hebben het geld, de techniek en de macht. De traditionele bedrijvigheid van de noordelingen echter -jacht, rendierteelt en visvangst- kan de bevolking niet voeden. Staatsbedrijven hebben een monopolie ingesteld op de productie en hebben verschillende verboden ingesteld onder het mom van natuur-bescherming. Door de hoge kosten van transport en de veel te lage prijzen blijven veel producten onverkocht en rotten weg.
Svetlana Sokolova 1993 03 bew aHoe te overleven in zulke omstandigheden?
Enkele stamgemeenschappen zijn begonnen met het winnen van goud. Maar niet iedereen keurt een dergelijke ondernemingszin goed. Het hoofd van de gemeenschap ‘Joekagir’, Aleksej Sleptsov, is van mening dat het een zonde is, omdat hun land niets dan rampen en verwoesting heeft gezien van de industriële ontginning.
En zo is het inderdaad. Het toendralandschap doet vanuit de lucht gezien steeds meer denken aan een maanlandschap. Over de verwoesting van het leefmilieu van inheemse volken wordt veel gesproken. Maar wat hebben we daaraan als we zien welke enorme hoeveelheid hulpbronnen het comfortabele leven in de ontwikkelde landen van Europa en Amerika eist. We kunnen slechts hopen dat de mensheid uiteindelijk zal beseffen waartoe de gulzige consumptiemaatschappij leidt en zich zal wenden tot de ervaring van de inheemse volken, die in staat zijn hun behoeften verstandig in overeenstemming te brengen met de mogelijkheden van natuur en land. Het land zal zijn kinderen nooit hongerend achterlaten. Alleen de mens zelf kan zich veroordelen tot een catastrofe.

Indigo, maart 1994.Svetlana Sokolova is journaliste en cineaste.

Uit: Programmakrant Stemmen van de Aarde – 31 oktober – 21 november 1993

Republiek Sacha (Jakoetië) is een van de autonome republiek binnen de Russische Federatie. Op een totale bevolking van bijna een miljoen, zijn er bijna een half miljoen Jakoeten. In hun eigen taal noemen ze zich Sagga.
De Jakoeten leven op de taiga langs de rivier de Lena en haar talloze zijrivieren en op de toendra’s langs de kust van de Noordelijke IJszee. Sinds de 17e eeuw trekken Russischemigranten al hun gebied binnen. Het land is rijk aan ertsen, waaronder goud en diamant, en is steeds als wingewest door de Russen gebruikt. Een actieve Jakoetse bevrijdingsbeweging strijdt momenteel voor meer  zeggenschap voor de Jakoeten over de toekomst van hun land. Ook wil zij de oorspronkelijke Jakoetse cultuurweer een eigen gezicht geven.
Swetlana Sokolova, cineaste, is daar een warm voorstander van. Zij maakte onder andere films over de goudwinning en de daardoor veroorzaakte vervuiling van de rivieren en het Sjamanisme, de religie van de Jakoeten, die ondanks het communistische verbod, altijd is blijven leven. Swetlana maakt zich grote zorgen over de ecologische problemen van haar land en het daarmee verband houdende uitsterven van inheemse volken in haar land. Tijdens Stemmen van de Aarde is zij daarover komen vertellen.
Tijdens Onthullen om te overleven: inheemse volken en film (ReRun Produkties, 1993) werd de film: Labunmedenu The Land Of Vaduls (1991; Vaduls, Siberië) over Joekagieren vertoond, naast: The lost book (1992, Oroches, Siberië) en Return to the ghost people (1993, Koryaks, Kamchatka).
zie ook:
Association of Indigenous Peoples of Sakha Republic

Yacutia: Indigenous Peoples prevent Diamond Mining

Evenk are an indigenous community in the republic of Sakha (Yakutia) in Russia’s far east. As described by The Red Book of the People of Russia: the Evenks inhabit a huge territory of the Siberian taiga from the River Ob in the west to the Okhotsk Sea in the east, and from the Arctic Ocean in the north, to Manchuria and Sakhalin in the south.
The Association of Indigenous Peoples of Sakha Republic (Yakutia), has reported the news (in Russian) that the Evenk community has eventually managed to stop the mining company “Almazy Anbara” from starting a diamond mine on their sacred river. As reported by the Association of Indigenous Peoples of Yakutia, Yakutia’s Minister of nature protection of Sakhamin Afanasyev, announced the denial of a license to the company at a parliamentary session on 16 June in Yakutsk.
Earlier this year, at a public hearing held March 23, 2015 the inhabitants of Zhilinda village in Olenek Evenki district had voted unanimously against allowing the exploration work along the the sacred river Malaya Kuonapka and its tributary Maspaky. This is the first time for indigenous peoples in Yakutia to halt the issuing of a license to an extractive industries enterprise.
Before this vote, the villagers had approved three of the planned sites and only voted against the fourth. The river is revered by the Evenks as a sacred site. Furthermore, it is their only source of clean drinking water and as an important hunting and fishing site. Source:The Association of Indigenous Peoples of Sakha Republic. 
Written by Federica  | 26 June 2015
http://arcticportal.org/library/news/1488-yacutia-indigenous-people-prevent-diamond-mining-in-the-sacred-river 

Statoil and Rosneft prepare for drilling despite sanctions

The Norwegian Statoil and the Russian Rosneft might carry out their first joint drillhole in 2016.
Preparations for the operations are ongoing”, a representative of the customs authorities in Magadan confirms. The area in question is the northern part of the Sea of Okhotsk, the Russian far east, a part of the comprehensive cooperation agreement between the two companies.According to the local customs official, the two companies have already settled issues related to the operatorship of the project, newspaper Vedomosti reports with referance to Interfax.At the same time, Rosneft confirms that it this year has conducted comprehensive research in the Perseevsky license area in the Barents Sea. During a recent research expedition to the area, as well as to other Arctic license areas, a wide range of research operations were made.
Barents cooperation
Rosneft and Statoil in 2012 signed the cooperation agreement which includes exploration and well drilling in the Barents Sea and the Sea of Okhotsk. In both areas,
Statoil will cover costs for exploration and drilling. The agreement includes three blocks in the far east and one, the Perseevsky area, in the Barents Sea.Joint ventures are to be established, of which Rosneft holds 66,67 percent and Statoil 33,33 percent. Needed investments in the project amount to about $40 billion, Rosneft says.According to the cooperation agreement, a total of six wells are to be drilled in  he period 2016-2021.
Source: 18 Jun 2015, Barents Observer by Atle Staalesen.

Farley Mowat 1921 – 2014

In memoriam
Mowat Cartoon  148327_600Farley Mowat
1921 – 2014

Op 6 mei 2014 overleed op 92 jarige leeftijd de Schotse rebel, schrijver en activist Farley McGill Mowat thuis in zijn woonplaats Port Hope, Ontario, Canada. Hij werd op 12 mei 1921 in Belleville geboren.

Deze vroege klokkenluider over de situatie van de inheemse Arctische volken en de vernietiging van natuur en milieu was tot het laatst activist. Hij laat meer dan 40 boeken achter, waarvan ongeveer 17 miljoen exemplaren zijn verkocht en die in meer dan 20 talen zijn vertaald. Hij ontving vele prijzen, zoals in 1981 de Order of Canada. Hij was van 1993 tot 1998 lid van het Comité van Aanbeveling van de Stichting Innu Steungroep (thans Arctic Peoples Alert).
Zijn overlijden heeft de Nederlandse media gehaald, ofschoon hij in Nederland niet zo bekend is. Slechts drie van zijn boeken zijn in het Nederlands vertaald en verfilmingen ervan hebben maar kort in de Nederlandse bioscopen gedraaid.

farleyWW21945 Amstel
Mowat was een van onze bevrijders. In februari 1941 trad Mowat in dienst van het Hastings and Prince Edward Regiment van het Canadese leger. In juli 1942, tijdens de vaart over de Atlantische Oceaan, werd onderweg een walvis voor een duikboot aangezien. Inmiddels inlichtingenofficier, nam hij in juli 1943 deel aan de landing op Sicilië gevolgd door de opmars door Italië. Als een van de weinigen van zijn regiment overleefde hij deze tocht. Half april 1945 werd hij verbindingsofficier tussen de Nederlandsche Binnenlandse Strijdkrachten in bezet Amsterdam. Achter de linies had hij een spannende tijd en hield hij zich bezig met de organisatie van  voedseldroppings. Op 7 mei, vijf dagen voordat hij vierentwintig werd, gaven de Duitse bezetters zich over. Zijn taak werd om Duitse bewapenings-systemen te onderzoeken en te verzamelen. Alles wat hij met zijn 1st Canadian Army Museum Collection Team, gekscherend wel “Mowat’s Private Army” genoemd, vond, werd in een voormalige Duitse barak in Ouderkerk aan de Amstel opgeslagen. Daaronder bevonden zich tanks, twee V1’s en, met behulp van 30 liter De Kuyper jenever, zelfs een V2 raket. Bij het testen van een Duitse eenpersoonsduikboot kwam hij in de modder van de Amstel vast te zitten en werd het spannend of hij nog wel boven zou komen.
Vanuit Antwerpen kon Mowat het Nederlandse schip SS Blommersdiik onder schipper Van Zwol maar een klein deel van het verzamelde materiaal meenemen naar Montreal. Daarmee legde hij de basis voor het Canadese Oorlogsmuseum. In het voorjaar van 1953 maakte hij samen met zijn vrouw zijn tocht door Europa tijdens de Tweede Wereldoorlog nog eens dunnetjes over. Over zijn
oorlogservaringen schreef hij onder andere in The Regiment (1955), And No Birds Sang (1987) en Aftermath (1995).

Ihalmiut
Terug in Canada kon Mowat niet direct zijn draai vinden. Nu zou de diagnose waarschijnlijk zijn: post-traumatische stress-stoornis. Als veteraan kon hij alsnog versneld afstuderen en werd bioloog in dienst van de Northwest Territories. Voor de oorlog was hij al vertrouwd geraakt met reizen in het Canadese Noordpoolgebied. Tijdens zijn onderzoek naar de verdwijning van kariboes, constateerde hij dat de Inuit dat aan de Hudson Bay woont, de Ihalmiut, met uitsterven werden bedreigd. Bij de Canadese regering kreeg Mowat geen gehoor. In zijn boek People of the Deer (1952), dat ook in het Nederlands is als ‘Het Rendiervolk’ (1972) vertaald werd, vertelde hij het verhaal van de Ihalmiut dat zeer sceptisch en ontkennend werd ontvangen. Ook volgde ontslag. Zijn tweede boek Desperate People (1959) volgde, maar het mocht niet baten: de Ihalmiut zijn er niet meer. Over zijn onderzoekservaringen naar de wolf die de schuld kreeg van de afname van het aantal kariboes, vertelde hij in het boek Never Cry Wolf (1963), dat in het Nederlands vertaalt werd als ‘Wee de Wolf’ (1968/1984) en in 1983 werd verfilmd. Een must voor beginnende onderzoekers in het Noordpoolgebied. Ook over dit boek werd Mowat tot voor kort nog aangevallen en ondervond hij levenslang tegenwerking. Lost in the barrens (1958) werd vertaald onder de titel ‘Wolven huilen in de sneeuw’ (1965). In 2003 werd ook zijn boek The Snow Walker verfilmd en deze film was in de Nederlandse bioscoop te zien.

Mowat Boek S 00052396-01Siberië 
Verschillende van Mowat’s boeken zijn ook in het Russisch vertaald. Nadat hij net het Canadese Noordpoolgebied bereisd had, reisden hij en zijn vrouw in 1966 als een van de eersten door het Russische Noordpool-gebied. Hun gids was de Tsjoekstjie Juri Rytchëu, waarvan overigens verschillende boeken in het Nederlands zijn vertaald. Deze reis leidde tot het boek Siber (1970) dat in het Nederlands verscheen onder de titel ‘Siberië’ (1973). Terugkijkend is het juist dit boek dat een gekleurd beeld geeft, omdat Mowat van de inheemse Arctische volken in de toenmalige Sovjet-Unie afzette tegen de situatie in Canada.

Noormannen 
Tijdens zijn reizen door het Canadese Noordpoolgebied kwam Mowat resten van bouwwerken tegen die onmogelijk door Inuit konden zijn gemaakt. Archeologische vondsten hadden inmiddels de Noorse en Groenlandse sagen bevestigd dat Noormannen zich in Noord-Canada gevestigd hadden rond het jaar 1000. Maar de bouwwerken waren
duidelijk geen overblijfselen van Vikingactiviteiten. Voor die tijd waren er
mensen over zee verdreven door bijvoorbeeld Romeinen en Pikten. Aannemelijk is dan ook dat andere volken in het Canadese Noordpool-gebied terecht waren gekomen. Over de periode vóór de Noormannen schreef Mowat een aantal fascinerende boeken met vragen en vermoedens waarop wellicht ooit een antwoord komt: Westviking (1965) en The Alban Quest (The Farfarers, 1998).

Mowat Boek S mk_KEthZy856gvSby1MnfogVS en zeehonden
Mowat was een van de eersten die protesteerden tegen de Canadese zeehondenjacht. Dat bracht hem in 1968 ook even in Amsterdam. In april 1985 wilde Mowat zijn nieuwe boek Sea of Slaughter, over de jacht op zeehonden en walvissen, in de Verenigde Staten promoten. Het was niet zijn “rok” zijn Schotse kilt waarom Mowat op de luchthaven van Toronto door de immigratie-autoriteiten van de VS werd medegedeeld dat hem de toegang tot de VS werd geweigerd. Waarom wel, werd niet duidelijk gemaakt. Buiten Mowat om buitelden een maand lang autoriteiten en media over elkaar. Het leverde een hilarisch maar triest verhaal op: My discovery of America (1985). De VS hadden vele redenen om deze ‘gevaarlijke’ schrijver te weigeren. Zo demonstreerde hij in 1961 tegen de Cubacrisis, in 1963 voor nucleaire ontwapening, reisde door Sovjet-Unie en riep hij: “als die nucleair geladen VS-bommenwerpers over mijn huis vliegen, schiet ik ze met mijn geweer neer”.
Mowat 2Het schip van Sea Shepherd, dat onder Nederlandse vlag vaart en door Canada in beslag werd genomen, draagt zijn naam.
Hij laat zijn tweede vrouw, schrijfster Claire Mowat achter, waarmee hij in 1965 trouwde en twee zoons uit zijn eerste huwelijk, Sandy en David.
Video: http://www.theglobeandmail.com/arts/arts-video/video-in-his-own-words-life-and-times-of-farley-mowat/article18515505/?videoembed=true“>In his own words: The life and times of Farley Mowat, Globe and Mail 7 mei 2014.
*Tekening: cagle.com Steve Nease, 11 mei 2014.

IDFA 2013 – Amsterdam

Olga FirstfilmOlga, To My Friends
Paul Anders Simma
Finland-Sweden-Norway
2013, 58 min.
21 november 2013, 17:30 u.
Bioscoop Pathé Tuschinski
Reguliersbreestraat 26
1017 CN Amsterdam
T.: 0900 1458  idfa.nl 
friendsofolga.com

In het Russische deel van Sapmi (Lapland), 1.800 kilometer ten noorden van Moskou, vriest het in de winter vele tientallen graden, is het wit zover het oog reikt en valt er nauwelijks een mens te bekennen. Hier, in een eenvoudig huisje onder een dik pak sneeuw, woont Olga.
Olga bewaakt het rantsoen en de werktuigen van rendierherders, die in de lente pas weer langskomen. Dit jaar zat ze 177 dagen alleen, met enkel een kat om haar gezelschap te houden. Ze is de enige vrouw in de herders-brigade, en het werk is niet zonder gevaren. Er wordt vaak eten gejat, ze stond al eens oog in oog met een beer en werd onder de voet gelopen door een kudde rendieren. Maar Olga voelt zich op haar plek. Ze groeide op in een weeshuis en toen haar moeder haar alsnog kwam halen, met geld van de regering, voelde ze zich een vreemdeling in haar familie. Als enige sprak ze geen Sami. En haar gezinsleden zijn grote drinkers – alcoholisme is een groot probleem in de Sami-gemeenschap. Als er geruchten gaan dat de brigade wordt opgeheven, maakt ze zich grote zorgen. Wat gebeurt er met Olga als ze haar werk en haar thuis verliest?

21 november 17:30 u. Tuschinski
24 november 13:15 u. Munt
25 november 22:15 u. Munt
27 november 11:30 u. Tuschinski
28 november 19:30 u. Brakke
29 november 22:30 u. Tuschinski
Geplaatst: 20.11.2013